Les: Tekenen in Tinkercat

Onderwerp voortgang:

 

In deze les gaan jullie samen met je docent aan de slag met Tekenen in Tinkercad.

 

Je eerste ontwerp

Je bent als team in dienst bij de 3D print shop waar je met de klas op excursie bent geweest. Gemiddeld eens per maand ontvang je een nieuwe opdracht van een klant bij de 3D print shop. Voor deze klant gaan jullie aan de slag om de opdrachten zo goed mogelijk uit te voeren.

Hiervoor krijg je ondersteuning van je docent. In de vorm van normale lessen, maar ook in de vorm van begeleiding in de praktijk.

 

Ontwerp een sleutelhanger

Je bent als team met begonnen bij de 3D print shop waar je met de klas op excursie bent geweest. De baas van deze 3D print shop komt bij jullie met een “inwerk opdracht”.

“Jullie eerste opdracht is om een leuke sleutelhanger te maken voor mijn zoontje van 10 jaar. Hij houdt van voetbal. Zijn favoriete club is Barcelona. Kom met een leuk voorstel. Maar het moet redelijk makkelijk te printen zijn. En ook niet te duur zijn!”

Om een 3D sleutelhanger te kunnen printen zal je eerst een 3D tekening moeten maken van de sleutelhanger. Er zijn verschillende 3D ontwerp programma’s die je hiervoor kan gebruiken. Bijvoorbeeld:

  • Tinkercad (beginner).
  • SketchUp (gevorderd).
  • Fusion 360 (gevorderd).
  • Blender (professional).

 

Les:

Er zijn veel verschillende 3D print technieken maar er zijn een aantal algemene stappen die voor elk product gelden.

  1. Een 3D ontwerp maken.
  2. Een 3D ontwerp omzetten in een STL bestand. Dit STL bestand wordt omgezet in een zgn. G-code (geschikt om CNC machines of 3D printers aan te sturen) die speciaal voor jou printer geschikt is. Hier worden ook de parameters voor de printer opgegeven.
  3. Printen.
  4. Verwijderen van de print. Dit kan bij industriële machines een ingewikkelde handeling zijn.
  5. Verwijderen van het ondersteunende materiaal, uitharden van het materiaal met bijvoorbeeld UV licht zijn voorbeelden van nabewerken.

In opdracht 2 heb je een ontwerp gemaakt. Dit ontwerp moet je opslaan in een bestand dat geschikt is voor 3D printen. Meestal is dit in het type STL. STL staat voor Surface Tessellation Language (of Standard Tessellation Language). Letterlijk betekent dit: beschrijving van het oppervlak door tegels. Deze ‘tegels’ hebben de vorm van vlakke driehoeken. Een STL-bestand beschrijft alleen de oppervlakte van een vorm.

Het ontwerp moet nog wel geschikt worden gemaakt voor een 3D printer. Een p3D printer print in laagjes. Het ontwerp moet dus in plakjes worden ‘gesneden’. Eén van de meest gebruikte programma’s hiervoor is Cura. Het is gemaakt door Ultimaker. Dit is een fabrikant van 3D printers. Cura is open source en voor veel andere printers ook te gebruiken.

Cura zet het STL bestand om in G-code die speciaal is voor jou printer. Je kan in Cura heel veel instellen zodat het resultaat optimaal is voor jou printer met het materiaal dat je gebruikt. We komen hier later nog op terug.

Opdracht 2:

  1. Bewaar je ontwerp in een STL bestand.
  2. Start het programma Ultimaker Cura op.
  3. Open je ontwerp in Cura.
  4. Controleer of de goede printer is geselecteerd.
  5. Controleer of het materiaal dat je gaat gebruiken is geselecteerd.
  6. Bewaar je ontwerp. Gebruik de standaardinstellingen.
  7. Print je ontwerp.

Back to Top