Opdracht 1.3: Mindmap Innovatie

Onderwerp voortgang:

 

Kijk met je groep naar deze video over Mindmappen (zet wel eerst het geluid af!) en ga aan de slag met Opdracht 1.3 (als je deze opdracht op papier hebt ontvangen dan ga je daarmee aan de slag). Je maakt een mindmap waarbij “een probleem/kans in de Lucht- en Ruimtevaart” centraal staat.

Welk probleem/kans vinden jullie belangrijk genoeg om aan te pakken? Zet deze centraal in Opdracht 1.3.

Wees zo creatief mogelijk! Kijk hieronder voor mogelijke inspiratie en maak gebruik van wat je in de vorige opdrachten hebt bereikt.

Uitdagingen lucht/ruimtevaart industrie

De lucht/ruimtevaart staat voor grote uitdagingen om vliegen veiliger, goedkoper maar ook milieu-vriendelijker te maken. Innovaties zijn noodzakelijk om dit mogelijk te maken. Enkele inspiratie-bronnen voor innovaties;

  1. Airbus en Boeing zijn de 2 grootste producenten van vliegtuigen ter wereld. Airbus daagt studenten over de hele wereld uit om innovaties voor hen te ontwikkelen. Kijk naar deze link om inspiratie op te doen.
  2. Ook met nieuwe App’s kun je grote verbeteringen realiseren. Zie deze video.
  3. Met nieuwe technieken en materialen ontstaan nieuwe mogelijkheden. Zie deze video.
  4. Nieuwe technieken leiden ook tot nieuwe problemen. Zie dit artikel over drones die de veiligheid van vliegtuigen in gevaar brengt.

Extra tips:

  1. Kijk zelf op internet om meer inspiratie op te doen.
  2. Vraag aan familie/vrienden welke problemen zij hebben ervaren als het gaat om reizen, voorlichting, service, reserveren, iets versturen etc.
  3. Welke kansen of problemen ben je zelf tegen gekomen in bezoeken aan Schiphol? Tijdens vliegreizen?
  4. Wat voor kansen/problemen heb je gehoord van luchtvaart specialisten / managers die bij jullie op school zijn geweest?
  5. Nog meer inspiratie nodig? Kijk dan naar het onderdeel Inspiratie.

Inleveren Opdracht 1.3:

Hebben jullie de Mindmap voor Opdracht 1.3 gemaakt? Lever dit dan in, maar let op dat je op jullie antwoordformulier vermeldt:

  1. Welk teamnummer jullie zijn (dit nummer hebben jullie doorgekregen van jullie docent)
  2. Welke teamleden in jullie team zitten (vermeld alle namen / teamleider als eerst)
Back to Top