Opdracht 1.1: Wat is innovatie?

Onderwerp voortgang:

startup

 

Kijk naar deze video, maar ook naar deze video en voer met je groep vervolgens een gesprek over wat jullie onder innovatie verstaan. Vermeld de belangrijkste conclusies in Opdracht 1.1 (als je Opdracht 1.1 op papier hebt ontvangen, dan gaan jullie hier mee aan de slag).

Wat is innovatie nu eigenlijk?

Innovatie. Letterlijk betekent het “vernieuwen”. Innovatie is de ontwikkeling én succesvolle invoering van nieuwe of verbeterde producten en diensten, productie- en distributieprocessen. Voor elk bedrijf is het belangrijk om te blijven verbeteren en te vernieuwen. Als je dit niet doet dan loop je achter de feiten aan en ga je uiteindelijk failliet.

Innoveren is dus niet alleen iets voor uitvinders of wetenschappers. Het is belangrijk voor elk bedrijf, groot of klein! Je spreekt over een innovatie als er is voldaan aan twee zaken:

  1. Er moet spake zijn van een vernieuwing (dit kan op diverse gebieden, van high tech producten tot en met logistieke processen)
  2. Deze vernieuwing dient te worden toegepast in de praktijk (dus ijsjes verkopen op de maan is zeker een vernieuwing, maar moeilijk toe te passen in de praktijk)

 

Wat kan ik vernieuwen?

Binnen een bedrijf kun je alles vernieuwen. Je kunt nieuwe producten of diensten ontwikkelen. Maar het is ook mogelijk om het organisatieproces zelf te verbeteren of vernieuwen. Gericht op het bereiken van een hogere omzet, lagere kosten, betere kwaliteit etc.

 

Trends & Ontwikkelingen

Om te kunnen vernieuwen is het goed om op de hoogte te zijn van de ontwikkelingen in de branche. Deze nieuwe kennis gebruik je om te kunnen innoveren. Kun je een aantal belangrijke trends en ontwikkelingen noemen in de lucht- en ruimtevaart? Kijk voor inspiratie naar deze video.

 

Inleveren opdracht 1.1

Hebben jullie alle vragen van Opdracht 1.1 beantwoord? Lever dit dan in bij je docent, maar let op dat je op jullie antwoordformulier vermeldt:

  1. Welke teamnummer jullie hebben (indien je een nummer hebt gekregen van je docent)
  2. Welke teamleden in jullie team zitten (vermeld alle namen)

 

Back to Top